![]() |
||
Een merkwaardig sprookje Uittocht uit Tulpenland. of: Hoe een engel wordt belaagd, bijna ten onder gaat maar tenslotte toch overwint. Bedenk goed: wat je hier kunt lezen is een sprookje. Niets van wat hier geschreven is, is echt gebeurd. Geen van de genoemde personen bestaat in werkelijkheid. En natuurlijk zijn alle gebeurtenissen helemaal verzonnen. Gelukkig maar, want stel je eens voor dat dit in het echt zou gebeuren ..... In een land, ver hier vandaan, en heel, heel lang geleden, was er eens een herberg. Het was geen gewone herberg, nee het was een herberg met heel veel kamers. Wel meer dan duizend. In die kamers kon je met elkaar eten. Iedereen kon in de herberg komen maar het merkwaardige was dat men daar nooit met zijn eigen naam werd aangesproken maar met een bijnaam die je zelf mocht kiezen. Waarom dat zo was wist eigenlijk niemand, maar het was gewoon altijd zo geweest. Het was meestal heel druk in de herberg. Sommige kamers in de herberg waren altijd open, andere moesten, als je er in wilde, eerst worden opengemaakt. De meeste kamers hadden vast personeel, die "bedienden" heetten. Soms waren er in een kamer niet alleen bedienden, maar ook "kamerbeheerders". Bedienden en kamerbeheerders hadden tot taak het eten in "hun" kamer ordelijk te laten verlopen. Wat je in de kamers kon eten werd soms bepaald door de naam van de kamer, maar vaak kon je zelf uitmaken wat je wilde eten. Je zei dat gewoon hardop en het werd voor je gemaakt. Meestal was het erg gezellig in de herberg. Natuurlijk waren er, net als dat buiten een herberg voorkomt, wel eens verschillen van mening of zelfs ruzies. Of er werden onbehoorlijke dingen gezegd. Maar de bedienden en de kamerbeheerders zorgden er dan voor dat het weer rustig werd in de kamer. Tenslotte hing het van de sfeer in de kamer af of er bezoekers kwamen. En of ze ook terugkwamen. En zonder bezoekers had het open houden van een kamer niet veel zin. Dus waren er regels. Hield een bezoeker zich daar niet aan, dan werd er uiteraard eerst gewaarschuwd. Hielp dat niet dan pakte een bediende of kamerbeheerder je beet, nam je mee naar de gang en liet je daar los, zodat je opnieuw de kamer in moest om verder te kunnen eten. Iedereen zag dat en dat gold als een lichte straf. Als die persoon zich dan nog niet gedroeg, ontzegden zij zo iemand voor kortere of langere tijd de toegang tot de kamer. En als je het erg bont maakte, dan kwam het voor dat je nooit meer in die kamer mocht komen. Zo was er in die herberg ook een kamer die "Tulpenland" heette. Die kamer was nogal bekend en er kwamen altijd veel mensen om er even iets te eten. Er was een grote hoeveelheid bedienden in Tulpenland, wel meer dan honderd, en er waren ook nogal wat kamerbeheerders, 13 maar liefst. In deze kamer Tulpenland begint dit sprookje. Zoals in elk sprookje zijn er verschillende personen waarvan je toch even iets moet weten:
Daarnaast zijn er nog meer personen die een rol spelen, zoals je wel zult zien. Maar laten we, na deze lange maar noodzakelijke inleiding, nu maar eens echt beginnen met dit merkwaardige sprookje ..... Op een dag werd in de kamer Tulpenland bekend dat Vreugde en Daalder, beiden bedienden, die zich tijdens hun werk in de kamer hadden leren kennen en van elkaar waren gaan houden, een kindje hadden gekregen. Anjer, een van de kamerbeheerders, stelde voor om per postduif een felicitatiekaart te sturen en vroeg de bedienden en kamerbeheerders of zij die kaart ook wilden tekenen. Anjer wilde dat ook aan Moedige vragen, maar omdat die er op dat moment niet was, legde zij een briefje in zijn postbakje. Kort daarop, Anjer was inmiddels weggegaan, kwam Moedige de kamer binnen. Nadat hij zijn bediendenpet had opgezet kwam hij de kamer inlopen en vertelde hardop, zodat iedereen het kon horen, dat Anjer hem gevraagd had een felicitatiekaart te tekenen voor Vreugde en Daalder. Grof in de mond als Moedige was, lachte hij hardop om het verzoek en noemde het kind "een aangroeisel". Terwijl de andere bezoekers, bedienden en kamerbeheerders geschrokken opkeken, lachte Primo, die ook in de kamer was op dat moment, vrolijk met Moedige mee en deed er nog een schepje bovenop door te roepen dat "dat gerommel van die bedienden dus toch nog enig resultaat had gehad." Terwijl de bezoekers, bedienden en kamerbeheerders die aanwezig waren, elkaar verbijsterd zaten aan te kijken over zulke onbehoorlijke taal, liepen Moedige en Primo samen lachend de kamer uit. Alsof het zo moest zijn - het moest blijkbaar zo zijn - kwam kamerbeheerder Anjer kort daarop terug van even weggeweest. Toen zij van een paar bedienden hoorde wat zich net had afgespeeld werd zij woedend. Zij liep direct naar de kamerbeheerdershoek, waar Engel en Lange, samen met kamerbeheerder Pils, zaten. Anjer vertelde wat ze net gehoord had en drong aan op maatregelen tegen bediende Moedige. Kamerbeheerder Engel, niet bang om te zeggen wat zij van iets vond en ook bereid daarnaar te handelen, liep meteen naar de bediendenhoek, pakte de bediendenpet van Moedige en verscheurde die. Kamerbeheerder Pils, een vriend van Primo, zei dat ie dat een veel te zware straf vond. Maar de pet was al verscheurd en daar bleef het bij. Enkele uren later kwam bediende Moedige opnieuw de kamer in. Toen hij zijn bediendenpet niet kon vinden werd hij woedend en eiste die terug. Kamerbeheerder Lange, die zich er van bewust was dat dit uit de hand kon gaan lopen en die er van overtuigd was dat Primo het met Moedige eens zou zijn, pakte een reserve-bediendenpet en gaf die aan Moedige. Daarmee leek alles rustig, maar dat was slechts schijn ..... Een dag of twee later, terwijl het behoorlijk druk was in Tulpenland, kwam Primo samen met zijn vriendin de kamer in en hing zijn kamerbeheerderssjerp om. Zijn vriendin, die altijd net deed alsof ze niet merkte hoe onbehouwen Primo zich vaak gedroeg, riep hardop dat Primo die dag jarig was. Nog terwijl een aantal bezoekers, bedienden en kamerbeheerders Primo daarmee feliciteerden, klom bediende Lievevoet op een tafel en riep "Ik snap niet, Primo, dat je hier nog durft te komen na wat je over Vreugde en Daalder hebt gezegd." Een geschokte stilte ontstond in de kamer. Jee, er had iemand het gewaagd om Primo openlijk ter verantwoording te roepen! Primo, kennelijk in verwarring gebracht en duidelijk niet gewend ooit te worden tegengesproken of ter verantwoording te worden geroepen, trachtte eerst te doen alsof hij van niets wist. "Ik snap niet waar je het over hebt," riep hij met een al naar kwaadheid neigende stem. "Bovendien ken ik helemaal geen bediende die Vreugde heet." Direct daarna sleurde Primo Lievevoet van de tafel, duwde hem naar de gang en ontzegde hem de toegang. Een van de andere bedienden, die het daar niet mee eens was, liet Lievevoet echter direct weer binnen. Lievevoet klom opnieuw op een tafel en riep: "Ach ach, meteen maar mij de toegang ontzeggen? Is dat alles wat je kunt?" Bediende Barmhartige, die het nu ook zat was, klom naast Lievevoet op de tafel en schreeuwde tegen Primo: "Oh, je weet niet meer wat je gezegd hebt? Moet je er soms even aan herinnerd worden?" Primo reageerde daarop door zowel Lievevoet als Barmhartige van de tafel te trekken en hen beiden naar de gang te sleuren. Primo ontzegde hen opnieuw de toegang tot de kamer. Direct daarna liep Primo naar de bediendenhoek, pakte de bedienden-diploma's van Lievevoet en Barmhartige en verscheurde die. Opnieuw werden Lievevoet en Barmhartige, nu door verschillende bedienden, weer binnengelaten. Ondertussen riep Engel tegen Primo "Nou nou zeg, je kunt toch niet zomaar diploma's gaan verscheuren? Doe even normaal wil je?" "Bemoei je er niet mee, je weet niet waar je over lult!", gilde Primo als antwoord. Lievevoet was in middels weer binnengekomen en was vastbesloten om Primo en zijn gedrag nu eens en voor altijd aan de kaak te stellen. Hij klom meteen weer op een tafel en ging gewoon door: "Je bent een lafbek, Primo. Hoe durf je te ontkennen wat je gezegd hebt? Zielig hoor dat je iemand die je op je gedrag aanspreekt de kamer uitgooit. Je zou je sjerp moeten inleveren en hier nooit, maar dan ook nooit meer terugkomen! Dat zou het mooiste cadeau zijn dat je ons op je verjaardag zou kunnen geven! En denk er aan: zolang als je hier blijft komen zal ik ruzie met je hebben!" Primo, die zich nu niet alleen van twee kanten zag aangevallen maar ook zag dat steeds meer anderen zich ermee gingen bemoeien en nu wel begreep dat hij zich hier niet zo gemakkelijk kon uitdraaien, werd nu hysterisch. Met overslaande stem en bijna met het schuim op de mond schreeuwde hij "Oh, je mag hier niet zeggen wat je ergens van vind? En ik moet maar voor altijd vertrekken? En dat wordt me op mijn verjaardag zo maar even gezegd? Nou, zakken jullie hier in Tulpenland dan maar allemaal in de stront! Ik ga en ik kom hier nooit meer terug!" Hij rukte zijn kamerbeheerderssjerp van z'n schouders, verscheurde die en smeet de snippers in het vuilnisvat. Daarna liep hij, nog steeds razend en tierend, de kamer uit. Diezelfde avond werd er per postduif een mededeling bezorgd en op het mededelingenbord voor de kamerbeheerders opgehangen. Het was een mededeling van Primo, waarin hij, blijkbaar geheel door emotie overmand, op zeer grove wijze alles en iedereen vervloekte, Lievevoet zowel als Barmhartige als de kamer Tulpenland in het bijzonder. Hij bevestigde dat hij zijn kamerbeheerderssjerp had verscheurd en dat hij nooit meer een voet in kamer Tulpenland wilde zetten. Vrijwel meteen begonnen er bij de kamerbeheerders twee kampen te ontstaan: diegenen die het niet erg vonden dat Primo was vertrokken, zoals Lange en Engel, en diegenen die het flauwekul vonden dat Primo geen kamerbeheerder meer zou zijn, zoals Pils. Engel en Lange maakten snel even kopie-diploma's voor Lievevoet en Barmhartige, zodat zij weer als bedienden konden werken. In eerste instantie leek het, dat door het vertrek van Primo de rust in Tulpenland zou kunnen weerkeren, maar ook dat was slechts schijn .... Nu was het zo dat de kamerbeheerdershoek van Tulpenland een eigen deur naar de gang had. Normaal kon je die deur alleen door als je een kamerbeheerder was, maar Primo had blijkbaar een valse sleutel want de dag erna verscheen Primo - alsof er niets gebeurd was - in de kamerbeheerdershoek en begon daar te roepen dat ie er voor zou zorgen dat kamer Tulpenland zou worden gesloten. Als hij er niet meer kwam mocht niemand er meer komen vond hij. Primo herhaalde dat elke dag waardoor de sfeer in de kamerbeheerdershoek er niet beter op werd. Bovendien bleef ie mededelingen op het mededelingenbord voor de kamerbeheerders hangen met allerlei verwensingen en negatieve opmerkingen er in. Ook dat zorgde voor veel onrust. Het was onvermijdelijk dat deze onrust merkbaar was in de kamer. Uiteraard werd er in de kamer veel en vaak gepraat over het vertrek van Primo, de aanleiding daartoe en hoe het nu verder moest. Ook in kamer Tulpenland ontstonden langzamerhand twee kampen: diegenen die voor Primo waren en diegenen die blij waren dat ie weg was. Op het mededelingenbord voor de kamerbeheerders was inmiddels een soort oorlog uitgebroken. Elke kamerbeheerder schreef mededelingen over wat hij of zij er van vond en hoe het nu verder moest. Duidelijk werd dat de kamerbeheerders geen team waren en elk hun eigen inzichten verdedigden alsof het de enige waarheid was. Van luisteren naar elkaar en overleg was geen sprake. En het voortdurende geroep en gestook van Primo hielp natuurlijk niet om een oplossing te vinden. Toen verscheen er, een paar dagen later, op het mededelingenbord voor de kamerbeheerders een mededeling van kamerbeheerder Sliertje, die wel regelmatig in de kamer was, maar die meestal wat in een hoekje voor zich uit zat te dromen. Sliertje schreef een nogal warrig verhaal - hij was meestal ook nogal warrig - en sloot dat af met de opmerking dat "als de situatie niet verbeterde, het wellicht het beste zou zijn als de laatstbenoemde kamerbeheerders hun sjerp zou worden afgenomen". Engel en Lange, beiden pas kort geleden tot kamerbeheerder benoemd, begrepen dat hier op hen werd gedoeld. Engel en Lange waren, na die mededeling van Sliertje, woedend. Had Sliertje dat niet eerst even gewoon met hun kunnen bespreken? Durfde ie dat soms niet? Moest dat zo maar op het mededelingenbord? Waren ze niet meer gewenst? Alsof hun aanwezigheid of de manier waarop zij zich als kamerbeheerder gedroegen de oorzaak van de problemen was! Engel en Lange overlegden, samen met Barmhartige, wat ze moesten doen. Moesten ze blijven en zich verzetten? Moesten ze gaan? Liepen ze het risico dat iemand zo maar hun sjerp kwam ophalen? Ze hadden er eigenlijk schoon genoeg van. Ze vonden het niet meer leuk in Tulpenland. Het voortdurende geraas en getier van Primo en het feit dat hij Moedige zo ten onrechte de hand boven het hoofd hield, hing hun mijlenver de keel uit. Vooral omdat Engel en Lange veel uren in de kamer maakten en zij - omdat de andere kamerbeheerders er slechts zelden waren - de vaak onbegrijpelijke of tegen alle kamer-regels indruisende besluiten van Primo of het gedrag van Moedige aan iedereen mochten uitleggen. Ze hadden alle twee het idee dat er blijkbaar aan hun diensten geen behoefte meer was. Daarom besloten Engel en Lange beiden definitief uit Tulpenland te vertrekken en samen een nieuwe kamer te openen. Ze overlegden daarover met Landloper en Haai (ook alle twee bedienden in Tulpenland), die al een eigen kamer hadden en die ook niet tevreden waren over hoe het in Tulpenland ging. Samen met Barmhartige besloten ze toen om een nieuwe kamer te beginnen. Lange was de eerste van het groepje die vertrok. Eerst scheurde hij zijn kamerbeheerderssjerp in kleine stukjes en spoelde die door de gootsteen. Daarna zei hij hardop maar heel rustig in de volle kamer dat hij het gevoel had dat zijn diensten niet langer op prijs werden gesteld, dat hij daarom uit Tulpenland wegging en liep kalmpjes de deur uit. Direct daarna stuurde Lange een mededeling aan de kamerbeheerders dat hij niet langer kamerbeheerder wenste te zijn. Diezelfde avond, toen de meeste bezoekers waren vertrokken, pakte Engel de sleutels van kamer Tulpenland, duwde iedereen de gang op en sloot de kamer voor korte tijd af. Zij deed dit als openlijk protest tegen de gang van zaken. Na korte tijd deed zij de kamer weer open, verscheurde haar kamerbeheerderssjerp, hing de sleutels op hun plaats, liep de kamer uit en scheef een mededeling aan de kamerbeheerders dat ook zij niet langer kamerbeheerder wilde zijn en dat zij ook wegging uit Tulpenland. De dag daarna overlegden Landloper, Haai, Barmhartige, Engel en Lange met elkaar over de nieuwe kamer. Ze kozen de naam "Rozentuin", richtten de kamer in en bepaalden samen het menu. Landloper en Haai zouden optreden als kamerbeheerders. Engel en Lange hadden geen behoefte aan een kamerbeheerderssjerp - ze wilden ook duidelijk laten zien dat het hun niet om die sjerp te doen was - en kozen er dus voor om gewoon bediende te zijn in Rozentuin. Vrijwel meteen nadat Rozentuin was open gegaan kwamen er mensen die wilden eten. Die vertelden dat kamer Tulpenland gesloten was zodat ze er niet in konden. Er hing geen mededeling op de deur van kamer Tulpenland waarom de kamer gesloten was, maar iedereen nam aan dat het wel iets te maken zou hebben met het geruzie en gestook van de afgelopen dagen. In iedere geval was het feit dat kamer Tulpenland was gesloten, erg plezierig voor het ploegje dat de kamer Rozentuin had geopend. Want veel van de bezoekers die altijd in Tulpenland waren gekomen, kwamen nu in Rozentuin eten, waardoor er alle gelegenheid was aan hen uit te leggen wat er gebeurd was en waarom de kamer Rozentuin was geopend. Af en toe leek het er op dat de hele kamer Tulpenland gewoon was omgedoopt in Rozentuin maar het ploegje dat Rozentuin had geopend, legde telkens opnieuw uit dat zij nooit meer iets met Tulpenland te maken wilden hebben en waarom dat zo was. Verschillende bezoekers zeiden dat ze voortaan in Rozentuin zouden komen eten en ook geen zin meer hadden in teruggaan naar kamer Tulpenland. Diezelfde avond werd Engel, terwijl ze bezig was de gasten in Rozentuin te bedienen, op de schouder getikt door een in een lange zwarte mantel gehulde persoon. Hij trok haar mee naar een stil hoekje in kamer Rozentuin en begon heftig en indringend tegen haar te praten. Hij sprak zo zachtjes dat je niet kon horen wat hij zei, maar je zag Engel bijna kleiner worden naarmate het gesprek langer duurde. Bediende Lange, die meende in de gestalte Primo te herkennen en wel in de gaten had dat het gesprek in dat hoekje niet zo leuk was voor Engel, wenkte Engel om het gesprek af te breken maar Engel maakte een afwerend gebaar en bleef luisteren. Het gesprek tussen de onbekende, die zoveel op Primo leek, en Engel duurde en duurde. Plotseling draaide de onbekende zich om en rende met wapperende mantel de kamer uit, Engel alleen in dat hoekje achterlatend. Engel stond daar alsof alle leven uit haar was verdwenen en ze zag heel bleek. Ze leek in het niets te staren en stond daar maar te staan. Plotseling kwam ze naar Lange toe, fluisterde met een gebroken en wat trillende stem dat ze zojuist heftig was aangevallen door Primo, dat ze er helemaal mee ophield, dat ze nooit meer in een herberg wilde komen en dat ze al haar herberg-diploma's nu meteen zou gaan verscheuren. Daarna rende ze de kamer en de herberg uit en verdween in de donkere nacht. Lange en de andere bezoekers van Rozentuin bleven verward en vol vragen achter. Wat was er gebeurd? Zou ze dat menen dat ze nooit meer terugkwam? Lange realiseerde zich dat zijn vermoeden - dat de geheimzinnige gestalte Primo was - dus juist was geweest en vroeg zich vertwijfeld af wat hij zou kunnen doen om Engel, die blijkbaar op een verschrikkelijke manier onder druk was gezet, weer op de been te helpen en terug te laten komen naar de kamer die zij samen met de anderen hadden geopend. Hoe meer Lange er over nadacht, hoe kwader hij werd. Wat was er nou precies gebeurd? Wat was dat voor een mens die, zelfs als je weg was gegaan, het nog nodig vond je in de nieuwe kamer lastig te vallen, je te willen vernielen? Wat leverde dat nou op? En ... wat natuurlijk veel belangrijker was: hoe kon Engel weer op de been worden geholpen? Met de moed der wanhoop stuurde Lange per postduif een briefje naar Engel waarin hij haar trachtte uit te leggen dat ze geen acht moest slaan op wat Primo zei of deed. Dat het schandelijk was dat Primo haar op die manier had aangevallen en waarin Lange haar vroeg zich te verzetten tegen haar gevoel van wanhoop en terug te komen. Tenslotte waren ze nog maar net begonnen met kamer Rozentuin. Lange besefte dat de kans, dat Engel terug zou komen, maar heel klein was en sliep die nacht niet best. De volgende avond had Lange eigenlijk geen zin om naar de herberg te gaan. Het leek hem maar ongezellig leeg als Engel er niet was. Hoe zou het nu met Engel zijn? Zou het wel goed gaan met haar? Ze had gisteravond na dat gesprek van haar met Primo zo wanhopig geklonken. Kon Lange nog iets anders doen om Engel te helpen? Hij kon niets bedenken. Maar ja, dacht hij, wat nu als Engel echt nooit meer terugkomt? Moet Rozentuin dan maar gesloten worden? Moet ik dan ook maar toegeven aan het gezeur en geziek van Primo en zijn trawanten? Moet iedereen dan maar zien dat zulke figuren aan het langste eind trekken? Nee dus! Lange besloot toch te gaan, al was het niet met veel plezier. Het was stil in de kamer Rozentuin toen Lange binnenkwam. Alsof men wist dat Engel er niet meer zou komen. Moederziel alleen in Rozentuin begon Lange wat losliggende rommel op te ruimen. Bah, hij had eigenlijk helemaal geen zin in deze avond. Plotseling werd de deur wijd opengegooid. Verstoord keek Lange op en kon zijn ogen nauwelijks geloven: daar kwam zowaar Engel binnen! "Jaaaaa," riep hij uit, "je bent terug!" "Zeker ben ik terug," antwoordde Engel, "en ik blijf ook! Ik laat me niet onderdegrond praten door dat stelletje geteisem! Ik heb niets met ze te maken en ze kunnen allemaal de pot op! En vanaf nu sla ik ook terug! Ik had alle herberg-diploma's inderdaad gisteravond meteen al verscheurd maar zag even later dat het maar kopieën waren en dat de originelen nog in de kast lagen." "Hahahaha," lachte Lange, "lang leve de kopieermachine! Engel zette haar bediendenpet op en begon alles voor te bereiden voor de eters van die avond. Het werd die avond gezellig druk in Rozentuin. Einde.
Een kleine nabeschouwing ..... Ja wat moet je nou van dit alles denken? Wat voor een persoon is die Primo toch wel niet dat ie zich zo gedraagt? Blijkbaar zo bezeten van zijn macht en zo gericht op vernietiging van wat aan anderen plezier bezorgt. En zelfs daar niet mee tevreden: zelfs bereid tot beschadiging van mensen, Engel in dit geval. Je zou het ziekelijk kunnen noemen, misschien zelfs fascistisch; want genoegen beleven aan het verdriet of het vernielen van anderen kun je toch niet meer "normaal" noemen. Of wel soms? En wat moet je denken van Engel? Zo zonder reden vertrapt worden, zo gepakt worden, da's toch verschrikkelijk? Of niet soms? Wie mag een ander mens dat aandoen? Wie kan een ander mens dat aandoen? Hoe sterk moet je van binnen dan niet zijn om toch overeind te blijven en toch terug te komen! Vraag je maar eens af wat jij gedaan zou hebben in haar geval. En wat moet je vinden van al die andere bedienden en kamerbeheerders van Tulpenland? Zaten ze allemaal te slapen? Zagen ze niet wat er met "hun" kamer gebeurde? Wilden ze het soms niet zien? Kon het ze niets schelen? Hadden zij zelf wel enige maatstaf van wat nog wel en wat niet meer kon? Was het in hun ogen "normaal" dat dit allemaal zo ging? Hadden zij er iets aan kunnen doen? Wat dan? Deden ze dat dan ook? En waarom dan wel niet? Helaas, het sprookje geeft daarop geen antwoord. Zoals dat aan het begin van dit verhaal reeds stond: realiseer je dat dit een sprookje is. Niets van wat hier geschreven is, is echt gebeurd. Geen van de genoemde personen bestaat in werkelijkheid. En natuurlijk zijn alle gebeurtenissen helemaal verzonnen. Gelukkig maar, want stel je eens voor dat dit in het echt zou zijn gebeurd .....
Verantwoording. Dit sprookje werd door mij geschreven als een persoonlijke reactie op een week vol spanning en emotie, een week vol verdriet en blijdschap, een week vol verbazing en herkenning, een week vol teleurstelling, maar ook vol nieuwe beloften. Dit sprookje was eigenlijk in eerste instantie bedoeld als een persoonlijke herinnering aan Engel, die op mij grote indruk heeft gemaakt en die na een - in mijn ogen uiterst laffe -aanval van Primo zei dat ze de herberg voorgoed verliet. Nadat Engel, tegen mijn verwachting in, terugkwam in de herberg en in kamer Rozentuin, besloot ik in overleg met Engel om het sprookje toch maar wel af te maken en het bovendien publiek te maken door het op WWW te plaatsen. Ik wil graag uitleggen waarom. Hoe onbelangrijk het met elkaar eten in een herberg ook is -tenslotte kun je ook heel goed thuis eten - het is een vorm van ontspanning die door veel mensen op prijs wordt gesteld. Dat het daarbij steeds om echte, levende, mensen gaat die gevoelens hebben, wordt blijkbaar - ten onrechte - vaak vergeten. Dit sprookje moet je dus nu zien als een pleidooi voor betere, menselijker omgangsvormen in de herbergen en de kamers. Tot slot: bij de gevoelens, die ik aan deze periode overhield, passen, naar mijn idee, de volgende drie uitspraken of citaten:
shorty aka Ivo Kwanten, juli 1997
Als je meer wilt weten over de auteur, kijk dan op deze pagina. © Ivo Kwanten,
juli 1997. Het overnemen van (delen van) deze tekst en/of het linken
ernaar is alleen toegestaan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming
van de auteur. {sprookje versie 4 van 180797} |
||
|
||
Deze pagina wordt
onderhouden door shorty en werd voor het
laatst gewijzigd |
||
|
||